Isolatie en energielabel
Een goed geïsoleerd huis heeft minder warmte nodig. Daardoor kan de warmtepomp met lagere temperaturen werken, en dan is hij het zuinigst. Je energielabel geeft een eerste indicatie:
| Energielabel | Hybride | Volledig elektrisch |
|---|---|---|
| A of B | Geschikt | Geschikt |
| C of D | Geschikt | Soms, na extra isolatie |
| E, F of G | Eerst isoleren aanbevolen | Eerst isoleren |
Een label zegt niet alles. Een huis uit de jaren zeventig met nageïsoleerde spouwmuren, dakisolatie en HR++-glas kan prima geschikt zijn, ook als het officiële label nog niet is bijgewerkt.

De 55-gradentest
Zet de aanvoertemperatuur van je cv-ketel in de winter een paar dagen op 55 graden, of lager. Wordt je huis ook op koude dagen warm genoeg? Dan is het waarschijnlijk geschikt voor een volledig elektrische warmtepomp. Lukt dat niet, dan is een hybride warmtepomp of eerst extra isolatie een betere keuze.
Bij veel cv-ketels stel je de aanvoertemperatuur in via het menu of de thermostaat. Weet je niet hoe, vraag het dan aan je installateur bij het volgende onderhoud.
Radiatoren of vloerverwarming
Vloerverwarming is ideaal voor een warmtepomp, omdat het een groot oppervlak heeft en met lauw water werkt. Met radiatoren kan het ook, als ze groot genoeg zijn. Soms vervangt de installateur een paar radiatoren door grotere exemplaren of door convectoren met een ventilator.
Ruimte en geluid
Voor een lucht-waterwarmtepomp heb je buiten een plek nodig voor de buitenunit, bijvoorbeeld in de tuin, tegen de gevel of op een plat dak. Er gelden geluidsregels ten opzichte van de erfgrens van je buren. Binnen is ruimte nodig voor een binnenunit en, bij een volledig elektrisch systeem, een boilervat van zo'n 60 bij 60 centimeter.
Elektrische aansluiting
Een hybride warmtepomp werkt bijna altijd op een gewone 1-fase aansluiting. Bij een volledig elektrische warmtepomp, zeker in combinatie met een inductiekookplaat of een laadpaal, is een 3-fase aansluiting soms nodig. De installateur controleert dat.